Hyperseksualiteit - Seksverslaving

De term hyperseksualiteit wordt vaak gebruikt om een buitensporig hoge seksuele activiteit of drang te beschrijven, maar de wetenschappelijke gemeenschap is verdeeld over de vraag of het daadwerkelijk als een klinische stoornis moet worden beschouwd. Hyperseksualiteit is geen officieel erkende diagnose in de DSM-5-TR, en dat is een bewuste keuze van de American Psychiatric Association (APA).

 

    Waarom is hyperseksualiteit géén stoornis in de DSM-5?

    In 2012 pleitte Harvard-arts Martin Kafka voor de opname van hyperseksualiteit als een officiële psychische stoornis. Zijn definitie richtte zich op de frequentie van seksueel gedrag (zoals seks, masturbatie, pornogebruik), ongeacht de aard ervan. Dit voorstel werd echter afgewezen, en wel om de volgende redenen:

     

    1. Seksuele frequentie is subjectief – Wat voor de één "te veel" is, is voor de ander volkomen normaal. Seksuele variatie is enorm, en normen zijn cultureel bepaald.
    2. Persoonlijk leed is niet altijd objectief – Veel mensen die hulp zoeken voor hyperseksualiteit ervaren schaamte of schuldgevoelens die eerder voortkomen uit maatschappelijke of religieuze overtuigingen dan uit een werkelijk pathologisch probleem.
    3. Geen directe schade – Zolang seksuele activiteiten consensueel en niet schadelijk zijn, kan een hoge frequentie van seksueel gedrag niet als stoornis worden geclassificeerd.
    4. Onderzoek is beïnvloed door normatieve ideeën – Zoals seksuoloog Alfred Kinsey ooit zei: "Een nymfomane is iemand die meer seks heeft dan jij." Veel studies naar hyperseksualiteit worden gekleurd door de persoonlijke opvattingen van de onderzoekers.

     

    Hyperseksualiteit en maatschappelijke normen

    Hyperseksualiteit wordt vaak in verband gebracht met morele paniek rond seksualiteit en culturele normen. Historisch gezien werden vrouwen die genoten van seks vaak als "nymfomanen" bestempeld, en masturbatie werd lang gezien als een teken van mentale instabiliteit. In het verleden werden zelfs medische ingrepen zoals clitoridectomieën (het verwijderen of verbranden van de clitoris) toegepast om vrouwen te "genezen" van seksuele drang.

    Deze geschiedenis laat zien dat seksuele diversiteit niet per se een stoornis is, maar eerder een reflectie van culturele en morele opvattingen.

     

    Heeft hyperseksualiteit dan nooit negatieve gevolgen?

    Hoewel hyperseksualiteit op zichzelf geen stoornis is, kan problematisch seksueel gedrag wél bestaan. Het wordt alleen problematisch wanneer:

    • Iemand geen controle meer heeft over zijn/haar seksuele gedragingen.
    • Seks leidt tot negatieve consequenties zoals verslaving, relationele problemen of financiële problemen.
    • Seks een manier wordt om andere problemen te maskeren, zoals angst, depressie of trauma.

    In dat geval kan het nuttig zijn om begeleiding te zoeken, niet omdat seksueel verlangen op zichzelf problematisch is, maar omdat het een symptoom kan zijn van een onderliggende psychische of emotionele worsteling.

     

    Hyperseksualiteit en kink

    Uit onderzoek blijkt dat mensen met een hoger seksueel verlangen vaker experimenteren met kink. Dit is logisch: iemand die regelmatig seks heeft, is eerder geneigd om nieuwe dingen te proberen, net zoals een frequente restaurantbezoeker sneller geneigd is om nieuwe gerechten te proeven.

    Als hyperseksualiteit als stoornis zou worden geclassificeerd, zou dat onbedoeld ook kink kunnen stigmatiseren. Veel mensen met een bovengemiddeld seksueel verlangen vinden juist binnen de kinkgemeenschap een gezonde en veilige manier om hun verlangens te verkennen.

     

    Conclusie

    Hyperseksualiteit is geen erkende psychische stoornis, en dat is een bewuste keuze van de APA. De frequentie van seksueel gedrag is geen objectief criterium om mentale gezondheid te beoordelen. Seksuele variatie is normaal, en zolang gedrag consensueel en niet schadelijk is, is er geen reden om het te problematiseren.

     

    Dat betekent niet dat er geen hulp nodig kan zijn bij problematische seksuele gedragingen. Maar in plaats van seksualiteit te pathologiseren, zou de focus moeten liggen op persoonlijk welzijn, consent en gezonde grenzen – niet op hoeveel of hoe vaak iemand seks heeft.

     

    Reactie plaatsen

    Reacties

    Er zijn geen reacties geplaatst.